Werkt u in loondienst? Dan bouwt u waarschijnlijk naast uw AOW pensioen op via uw werkgever. Dat is pijler 2, voor de meeste werknemers de belangrijkste aanvulling op de AOW. Hoe het werkt, wie wat betaalt en wat er verandert door de nieuwe pensioenwet leest u hier.
Wat is werkgeverspensioen?
Werkgeverspensioen is aanvullend pensioen dat u opbouwt zolang u in loondienst werkt. Uw werkgever draagt premie af aan een pensioenuitvoerder, die het geld belegt en later uitkeert. Samen met de AOW moet dat een inkomen opleveren waarmee u uw levensstandaard kunt vasthouden.
Niet iedereen bouwt het op. Zelfstandigen hebben geen werkgever en vallen buiten pijler 2; voor hen is eigen opbouw via pijler 3 des te belangrijker. Ook werknemers in sectoren zonder verplicht pensioenfonds kunnen buiten de boot vallen, al is dat in Nederland uitzonderlijk.
Wie betaalt de premie?
Zowel u als uw werkgever betaalt mee. Als vuistregel draagt de werkgever ongeveer twee derde en de werknemer een derde, maar de werkelijke verdeling verschilt per werkgever en per regeling. Uw deel ziet u als inhouding op uw loonstrook.
Bij wijze van voorbeeld: is de totale premie 24% van uw brutoloon, dan betaalt uw werkgever bij die verdeling circa 16% en u circa 8%. De exacte percentages staan in uw pensioenreglement of arbeidscontract.
Drie soorten uitvoerders
| Type | Wie het is | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Pensioenfonds | Collectieve uitvoerder per sector of beroepsgroep, non-profit, bestuurd door werkgevers en werknemers samen | ABP, PFZW, PMT |
| Pensioenverzekeraar | Voert regelingen uit voor werkgevers die niet verplicht zijn aangesloten bij een bedrijfstakfonds | Nationale-Nederlanden, Aegon, a.s.r. |
| Premiepensioeninstelling (PPI) | Richt zich op de opbouwfase; belegt de premies maar keert zelf niet uit — dat doet bij pensionering een verzekeraar | Diverse aanbieders |
Wat bepaalt de hoogte van uw pensioen?
- Uw salaris. Hoe hoger uw inkomen, hoe meer premie er wordt ingelegd.
- Uw opbouwjaren. Hoe langer u deelneemt, hoe meer u opbouwt.
- De regeling. Elke werkgever of sector heeft eigen premies en voorwaarden.
- Beleggingsresultaten. De premies worden belegd; het rendement bepaalt mede de uitkomst.
Verplicht pensioen: sector- en beroepsfondsen
In veel sectoren is deelname wettelijk verplicht gesteld, dat heet een verplichtstelling. Voorbeelden zijn de bouw (BPF Bouw), de zorg (PFZW) en het onderwijs (ABP). Alle werkgevers in die sector moeten meedoen.
Voor sommige beroepsgroepen, zoals notarissen, huisartsen en apothekers, bestaat een beroepspensioenfonds waarin ook zelfstandig beroepsbeoefenaren verplicht verzekerd zijn.
Van baan wisselen: meenemen of laten staan?
Wisselt u van werkgever en komt u bij een andere uitvoerder terecht, dan heeft u twee opties.
Laten staan. Uw opgebouwde pensioen blijft bij de oude uitvoerder en wordt later automatisch uitbetaald.
Waardeoverdracht. U neemt de opgebouwde waarde mee naar de nieuwe uitvoerder. Voordeel: alles op één plek. Nadeel: u geeft eventuele garanties bij het oude fonds op, en de omrekening pakt niet altijd gunstig uit. Vraag altijd bij beide uitvoerders een opgave op voordat u beslist.
Blijft u binnen hetzelfde bedrijfstakpensioenfonds, bijvoorbeeld bij een overstap naar een andere werkgever in dezelfde sector dan loopt uw opbouw gewoon door en speelt dit niet.
Kiest u niet voor waardeoverdracht, dan houdt u bij elke nieuwe uitvoerder een apart pensioenpotje. Na een gevarieerde loopbaan kunt u dus meerdere kleine pensioenen hebben bij verschillende partijen. Dat is niet erg. Ze worden allemaal uitbetaald, maar bewaar het overzicht via mijnpensioenoverzicht.nl, waar al uw opgebouwde rechten bij elkaar staan.
Een versnipperde opbouw is overigens een veelvoorkomende oorzaak van een pensioengat. Heeft u perioden zonder opbouw gehad, bereken dan met de jaarruimte rekentool hoeveel u zelf fiscaal voordelig kunt bijstorten.
Wat verandert de Wtp aan pijler 2?
Het werkgeverspensioen verandert ingrijpend door de Wet toekomst pensioenen. Tot voor kort kende Nederland vooral de uitkeringsovereenkomst: u bouwde recht op een vaste uitkering op. Onder de Wtp worden alle regelingen omgezet naar een premieregeling. Er wordt dus geen vaste uitkering meer beloofd; de premies worden belegd en uw pensioen hangt af van het rendement.
Pensioenfondsen moeten uiterlijk 1 januari 2028 zijn overgestapt. Het omzetten van bestaande rechten heet invaren.
Pijler 2 is zelden genoeg
Voor de meeste werknemers is het werkgeverspensioen de belangrijkste aanvulling op de AOW. Toch is het vaak niet voldoende voor de gewenste levensstijl, zeker als u jaren als ZZP’er heeft gewerkt, veel van baan bent gewisseld, parttime werkt of door een scheiding een gat heeft opgelopen.
In die gevallen is aanvullen via pijler 3 verstandig. Bereken met de jaarruimte rekentool hoeveel u fiscaal voordelig kunt inleggen.
FAQ – Veelgestelde vragen
Wat is werkgeverspensioen? Het aanvullende pensioen dat u via uw werkgever opbouwt bij een pensioenfonds, verzekeraar of PPI. Dit is pijler 2, naast de AOW (pijler 1) en uw eigen opbouw (pijler 3).
Hoeveel premie betaalt mijn werkgever? Als vuistregel ongeveer twee derde van de totale premie, waarbij u een derde betaalt. De exacte verdeling staat in uw pensioenreglement.
Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik van baan wissel? Uw opgebouwde pensioen blijft staan bij de oude uitvoerder, of u neemt het mee via waardeoverdracht. Vraag bij beide partijen een opgave op voordat u kiest. Alle opgebouwde rechten ziet u op mijnpensioenoverzicht.nl.
Wat verandert er door de Wtp? Uw pensioen gaat van een vaste toezegging naar een persoonlijk pensioenvermogen dat meebeweegt met beleggingsresultaten. De overgang moet uiterlijk 1 januari 2028 zijn afgerond.
Bouw ik ook pensioen op als ik parttime werk? Ja, naar rato van uw uren en salaris. Een parttimer bouwt dus minder op dan een voltijder met hetzelfde uurloon en houdt daardoor vaak jaarruimte over voor eigen opbouw.
Hoe weet ik of mijn werkgeverspensioen genoeg is? Bekijk op mijnpensioenoverzicht.nl wat u opbouwt en vergelijk dat met het inkomen dat u later wilt. Is er een gat, dan laat de jaarruimte rekentool zien hoeveel u fiscaal voordelig kunt bijstorten
Disclaimer: BelegNuVoorLater.nl is een onafhankelijk informatie- en vergelijkingsplatform. Deze informatie is algemeen van aard en vormt geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Bedragen gelden voor belastingjaar 2026 en wijzigen jaarlijks.